Bij het woord computer denk je misschien meteen aan een pc op een bureau of een laptop op schoot. Maar computers zijn er in veel meer vormen. Een tablet, een server in een datacenter en een kaartje ter grootte van een bankpas zijn allemaal computers. Ze werken volgens dezelfde principes, met een processor, werkgeheugen en opslag, maar ze zijn gebouwd voor heel verschillende taken. Op deze pagina en de onderwerpen eronder lees je welke soorten er zijn en waarin ze verschillen.
Vaste plek of onderweg
Het eerste grote onderscheid is of een computer op een vaste plek staat of mee moet. Een desktop staat op of onder je bureau en heeft losse onderdelen die je kunt vervangen of uitbreiden. Een laptop bundelt scherm, toetsenbord en accu in één draagbaar apparaat. Daartussen zitten vormen als de all-in-one, waarbij de computer in het scherm zit, en de compacte mini-pc.
Voor thuis, voor werk of voor een specifieke taak
Niet elke computer is bedoeld om zelf achter te zitten. Een workstation is gebouwd voor zwaar professioneel werk zoals 3D-ontwerp of videobewerking. Een server levert diensten aan andere computers, bijvoorbeeld websites, e-mail of opgeslagen bestanden, en draait vaak dag en nacht zonder scherm. Single-board computers zijn kleine, zuinige computers op één printplaat die veel gebruikt worden om te leren programmeren en om apparaten aan te sturen.
De grens vervaagt
De verschillen tussen apparaten worden steeds kleiner. Een tablet of 2-in-1 kan met een toetsenbord werken als laptop, en een Chromebook leunt sterk op internet en de cloud. Welke soort het beste bij je past, hangt vooral af van wat je ermee wilt doen. Daarover lees je meer bij Zelf doen.