Programmeren is het schrijven van instructies die een computer kan uitvoeren. Die instructies schrijf je in een programmeertaal, een taal met strikte regels die mensen kunnen lezen en die zich laat vertalen naar opdrachten voor de processor. Alle software die je gebruikt, van het besturingssysteem tot een app op je telefoon, is ooit door programmeurs geschreven.
Van broncode naar programma
De tekst die een programmeur schrijft, heet broncode. Een processor begrijpt die niet direct: hij werkt met machinecode, reeksen binaire instructies. Er zijn twee hoofdmanieren om broncode uitvoerbaar te maken:
- Een compiler vertaalt de hele broncode vooraf naar machinecode. Het resultaat is een programma dat je daarna direct kunt starten.
- Een interpreter leest de broncode en voert die tijdens het draaien stap voor stap uit.
Veel moderne talen combineren beide. Ze vertalen code eerst naar een tussenvorm, die vervolgens door een virtuele machine wordt uitgevoerd, soms met een compiler die tijdens het draaien de vaakst gebruikte delen omzet naar machinecode.
Programmeertalen
Er bestaan honderden programmeertalen. Lage programmeertalen, zoals assembly, staan dicht bij de hardware en geven veel controle, maar vragen veel werk. Hogere programmeertalen, zoals Python, JavaScript, Java en C#, gebruiken begrippen die dichter bij menselijk denken liggen en regelen veel zaken automatisch. Talen als C en C++ zitten daartussenin en worden veel gebruikt voor besturingssystemen, drivers en games. Elke taal heeft een eigen sterk punt: JavaScript draait in de browser, Python is populair voor data en automatisering, en voor apps op telefoons gebruiken ontwikkelaars vaak talen die door het mobiele platform worden aangeraden.
Wat je nodig hebt
Om te programmeren heb je weinig nodig: een computer, een code-editor of een uitgebreidere ontwikkelomgeving (IDE), en de compiler of interpreter van je taal. Veel programmeurs gebruiken daarnaast versiebeheer, zoals Git, om wijzigingen bij te houden en samen te werken. Veel van deze hulpmiddelen zijn open source en gratis te gebruiken.
Leren programmeren
Programmeren leer je vooral door het te doen. Begin met kleine opdrachten, zoals een rekenmachine of een script dat bestanden hernoemt, en bouw van daaruit verder. De basisbegrippen, zoals variabelen, voorwaarden, herhalingen en functies, komen in vrijwel elke taal terug. Heb je die eenmaal onder de knie, dan is een tweede taal veel sneller te leren. Wil je weten hoe programmeren samenhangt met kunstmatige intelligentie, lees dan ook die rubriek.