Software is het deel van een computer dat je niet kunt vastpakken: de instructies die de hardware vertellen wat ze moet doen. Een processor, geheugen en een harde schijf kunnen op zichzelf niets. Pas met software wordt een verzameling onderdelen een apparaat waarop je kunt typen, surfen, rekenen of gamen. In deze rubriek lees je hoe die lagen van software samenwerken, van de firmware die als eerste start tot de apps die je zelf installeert.
Van firmware tot app
Software werkt in lagen. Helemaal onderaan staat de firmware op het moederbord, zoals BIOS of UEFI, die de hardware controleert en het opstarten regelt. Daarboven draait het besturingssysteem, bijvoorbeeld Windows, macOS of Linux. Dat verdeelt rekenkracht en geheugen en praat via drivers met je apparaten. Bovenop het besturingssysteem draaien de programma’s en apps waarmee je je werk doet.
Software bijhouden en begrijpen
Software is nooit helemaal af. Ontwikkelaars brengen updates uit om fouten te herstellen, beveiligingslekken te dichten en nieuwe functies toe te voegen. Daarnaast is het handig om te weten hoe je bestanden zijn opgeslagen. Een bestandsformaat bepaalt welk programma een bestand kan openen en hoe goed de inhoud bewaard blijft.
Zelf aan de slag
Wil je verder kijken dan het gebruik van software, dan kom je bij open source en programmeren. Open source software heeft een openbare broncode die iedereen mag bekijken en verbeteren. Programmeren is het schrijven van die code zelf: van een klein script dat een taak automatiseert tot complete toepassingen. Wil je weten wat er onder de motorkap gebeurt, lees dan ook Zo werkt een computer.