Een computer zonder verbinding kan nog steeds veel, maar het meeste wat je dagelijks doet, gebeurt via een netwerk. Je opent een website, stuurt een bericht, kijkt een video of slaat een bestand op in de cloud. Achter die simpele handelingen zit een hele keten van apparaten en afspraken. In deze rubriek leggen we die keten stap voor stap uit, in gewone taal.
Van je computer naar het internet
Thuis begint het meestal bij wifi of een netwerkkabel via ethernet. Je computer maakt verbinding met een router, die het verkeer van alle apparaten in huis regelt en doorgeeft aan het modem van je internetprovider. Wat het verschil is tussen die twee kastjes, lees je bij router en modem.
Adressen en namen
Op een netwerk heeft elk apparaat een adres nodig, net zoals een huis een postadres heeft. Dat is het IP-adres. Omdat niemand rijen cijfers wil onthouden, vertaalt DNS een naam als een websiteadres naar het juiste IP-adres. Dit gebeurt elke keer dat je een link aanklikt, meestal binnen een fractie van een seconde.
Verder dan het thuisnetwerk
Niet elke verbinding loopt via de router. Draadloze koptelefoons, muizen en toetsenborden gebruiken vaak bluetooth, bedoeld voor korte afstanden. Wil je je verbinding afschermen of op afstand inloggen op een bedrijfsnetwerk, dan kom je de VPN tegen. En steeds meer bestanden en programma’s staan niet meer op je eigen schijf, maar in de cloud: op servers van een dienst die je via internet gebruikt.
Wil je weten hoe je je verbinding veilig houdt, kijk dan ook bij Beveiliging & privacy.