Als je een computer aanzet, draait er al software voordat het besturingssysteem start. Dat is de firmware op het moederbord, opgeslagen in een eigen geheugenchip. Bij pc’s heette die firmware lange tijd het BIOS. Moderne computers gebruiken de opvolger UEFI. In de praktijk zeggen veel mensen nog steeds “het BIOS” als ze de instellingen van de firmware bedoelen.
Wat de firmware doet
De firmware heeft bij het opstarten een paar vaste taken. Eerst voert hij een korte zelftest uit, de POST (Power-On Self-Test), die controleert of processor, geheugen en andere belangrijke onderdelen werken. Daarna stelt hij de hardware in en zoekt hij een apparaat om van op te starten, zoals een SSD of usb-stick. Vervolgens geeft hij de controle over aan de bootloader, die het besturingssysteem laadt. Het hele traject lees je bij het opstartproces.
BIOS en UEFI: de verschillen
BIOS staat voor Basic Input/Output System en gaat terug op de eerste IBM-pc’s uit het begin van de jaren tachtig. Het werd decennialang uitgebreid, maar liep tegen grenzen aan. UEFI, de Unified Extensible Firmware Interface, is de moderne vervanger. Belangrijke verschillen:
- UEFI kan opstarten van schijven met een GPT-partitietabel, die veel grotere schijven ondersteunt dan het oudere MBR-systeem van het BIOS.
- UEFI ondersteunt Secure Boot, dat controleert of de opstartsoftware digitaal is ondertekend door een vertrouwde partij.
- De instellingen van UEFI hebben vaak een grafische interface die je met de muis bedient.
- UEFI kan in een compatibiliteitsmodus (CSM) ook nog op de oude BIOS-manier opstarten, al laten nieuwere computers die optie steeds vaker weg.
Wat je in de instellingen vindt
Je opent de firmware-instellingen meestal door direct na het aanzetten op een toets als Delete, F2 of F10 te drukken. Welke toets het is, verschilt per fabrikant. In de instellingen kun je onder meer de opstartvolgorde wijzigen, geheugenprofielen voor je werkgeheugen inschakelen, virtualisatie aanzetten, ventilatorsnelheden regelen en Secure Boot of de TPM-beveiligingschip beheren.
Firmware bijwerken
Fabrikanten brengen af en toe firmware-updates uit, bijvoorbeeld voor ondersteuning van nieuwe processors, betere stabiliteit of het dichten van beveiligingslekken. Zo’n update is spannender dan een gewone update: valt de stroom uit tijdens het bijwerken, dan kan het moederbord onbruikbaar worden. Werk de firmware daarom alleen bij als daar een reden voor is, en volg de instructies van de fabrikant nauwkeurig.