Zodra de computer op het bureau stond, wilden mensen hem ook meenemen. De eerste draagbare computers uit de jaren tachtig waren zwaar en hadden kleine schermpjes, maar ze bewezen dat er vraag naar was. In de decennia daarna werden computers steeds kleiner, lichter en zuiniger, totdat de computer uiteindelijk in je broekzak paste.
De eerste draagbare computers
In 1981 verscheen de Osborne 1, een draagbare computer ter grootte van een koffer met een klein ingebouwd scherm. Je kon hem meenemen, maar hij had een stopcontact nodig. Kort daarna verschenen de eerste computers in de vertrouwde klapvorm, met het scherm in het deksel. In de loop van de jaren tachtig en negentig ontwikkelde de laptop zich verder: accu’s gingen langer mee, schermen werden groter en beter, en het toetsenbord kreeg een trackball, trackpoint of touchpad om de muis te vervangen.
Van PDA naar smartphone
In de jaren negentig werd de PDA (personal digital assistant) populair: een handcomputer voor je agenda, adresboek en notities, vaak te bedienen met een pen. Tegelijk werden mobiele telefoons kleiner en gewoner. Rond het midden van de jaren negentig verschenen de eerste telefoons met functies van een PDA. In de jaren 2000 kregen telefoons e-mail, internet en apps, en in 2007 introduceerde Apple de iPhone, die met een groot aanraakscherm zonder fysiek toetsenbord de standaard zette voor de moderne smartphone. Kort daarna volgden telefoons met Android.
De tablet
Tabletcomputers bestonden al eerder, maar werden pas echt populair toen in 2010 de iPad verscheen. Andere fabrikanten volgden snel met eigen modellen. Inmiddels vervaagt de grens tussen tablet en laptop, zoals je kunt lezen bij tablet en 2-in-1.
Wat de mobiele computer veranderde
Doordat computers altijd bij de hand zijn en via wifi en mobiel internet verbonden zijn, veranderde de manier waarop mensen werken, communiceren en informatie zoeken. Mobiele processors moesten vooral zuinig zijn, wat de opkomst van de ARM-architectuur stimuleerde, die je terugleest bij computerarchitectuur.