Een firewall is een filter tussen je computer of netwerk en de buitenwereld. Hij bekijkt het netwerkverkeer dat binnenkomt en vertrekt, en laat het wel of niet door op basis van regels. De naam komt uit de bouw: een brandmuur die moet voorkomen dat een brand zich verspreidt. Een digitale firewall doet iets vergelijkbaars met ongewenst verkeer.
Hoe een firewall werkt
Netwerkverkeer bestaat uit pakketjes met informatie over afzender, bestemming en de poort waarvoor ze bestemd zijn. Een poort is een genummerd “loket” waarop een programma of dienst luistert, bijvoorbeeld een webserver of een e-mailprogramma. Een firewall vergelijkt elk pakketje met zijn regels:
- Is dit verkeer een antwoord op iets wat je zelf hebt opgevraagd? Dan mag het meestal door.
- Komt het ongevraagd van buiten en is er geen regel die het toestaat? Dan wordt het tegengehouden.
- Wil een programma op je computer naar buiten communiceren? Dan kan de firewall vragen of je dat toestaat.
Moderne firewalls houden bij welke verbindingen actief zijn. Daardoor kunnen ze onderscheid maken tussen verwacht en onverwacht verkeer.
Software- en hardwarefirewalls
Thuis heb je vaak met twee firewalls te maken. De softwarefirewall zit in je besturingssysteem en beschermt die ene computer, ook als je onderweg op een ander netwerk zit. De netwerkfirewall zit in je router en beschermt alle apparaten in huis. Een router houdt ongevraagd verkeer van buiten in principe al tegen, mede door de manier waarop hij IP-adressen vertaalt. Bedrijven gebruiken daarnaast vaak aparte firewallapparaten met uitgebreidere functies.
Poorten openzetten
Soms wil je bewust verkeer van buiten toelaten, bijvoorbeeld voor een gameserver of om op afstand bij een apparaat te komen. Dan zet je in de router een poort open, ook wel port forwarding genoemd. Doe dat alleen als het echt nodig is en alleen voor het specifieke apparaat. Elke openstaande poort is een mogelijke ingang, zeker als de software erachter niet up-to-date is.
Wat een firewall niet doet
Een firewall beoordeelt verkeer, niet de inhoud van bestanden. Hij houdt je niet tegen als je zelf een besmette bijlage opent of je wachtwoord op een nepwebsite invult. Daarvoor heb je andere lagen nodig, zoals antivirus en kennis van phishing.