Het opstartproces

Gepubliceerd op 2 min leestijdBeoordeel dit artikel

In het kort

Als je een computer aanzet, doorloopt hij een vaste reeks stappen: de firmware test de hardware, zoekt de bootloader en start het besturingssysteem.

Tussen het moment dat je op de aan-knop drukt en het moment dat je bureaublad verschijnt, gebeurt er veel. Dit heet het opstartproces, in het Engels booting. Het woord komt van de uitdrukking dat je jezelf aan je eigen laarzen (bootstraps) omhoogtrekt: de computer moet zichzelf opstarten met software die op dat moment nog niet geladen is. De oplossing is een kleine hoeveelheid vaste software die altijd direct beschikbaar is.

Stap 1: stroom en firmware

Als je de computer aanzet, levert de voeding stroom aan de onderdelen. Zodra de spanningen stabiel zijn, begint de processor met het uitvoeren van de firmware. Dat is software die in een chip op het moederbord staat. Vroeger heette die firmware het BIOS; moderne computers gebruiken de opvolger UEFI. Meer daarover lees je bij BIOS en UEFI.

Stap 2: de hardware controleren

De firmware voert eerst een korte zelftest uit, de POST (power-on self-test). Daarbij wordt gecontroleerd of essentiële onderdelen zoals het werkgeheugen en de videokaart aanwezig zijn en werken. Gaat er iets mis, dan meldt de computer dat met een foutmelding, een reeks piepjes of knipperende lampjes. Daarna worden de aangesloten apparaten geïnitialiseerd.

Stap 3: de bootloader vinden

Vervolgens zoekt de firmware in de ingestelde opstartvolgorde naar een opslagmedium met een opstartbaar systeem, zoals de SSD, een USB-stick of het netwerk. Daar staat een bootloader: een klein programma dat weet waar het besturingssysteem staat en hoe het geladen moet worden. Staan er meerdere besturingssystemen op de computer, dan laat de bootloader je vaak kiezen. Bij UEFI kan Secure Boot controleren of de bootloader digitaal is ondertekend, om te voorkomen dat malware al tijdens het opstarten wordt geladen.

Stap 4: het besturingssysteem start

De bootloader laadt de kern van het besturingssysteem, de kernel, in het werkgeheugen en geeft de controle over. De kernel herkent de hardware, laadt drivers en start achtergronddiensten. Tot slot verschijnt het inlogscherm. Hoe snel dit alles gaat, hangt vooral af van de opslag: vanaf een SSD start een computer veel sneller op dan vanaf een harde schijf.

Wat vind je van dit artikel?

Help anderen en geef als een van de eersten je oordeel.

Geef 1 tot 5 sterren

Je stem is anoniem. Om dubbel stemmen te voorkomen bewaren we 30 dagen een versleutelde code, geen IP-adres.